| Werkzame personen | Markthandel in voedingsmiddelen (aantal) | Markthandel in voedingsmiddelen (%) | Markthandel in overige non-food (aantal) | Markthandel in overige non-food (%) |
|---|---|---|---|---|
| 1 persoon | 2.165 | 57,3% | 2.785 | 81,9% |
| 2 personen | 835 | 22,1% | 460 | 13,5% |
| 3–4 personen | 480 | 12,7% | 125 | 3,7% |
| 5–9 personen | 235 | 6,2% | 20 | 0,6% |
| 10–19 personen | 60 | 1,6% | 5 | 0,1% |
| 20–49 personen | 10 | 0,3% | 0 | 0% |
| 50–99 personen | 0 | 0% | 0 | 0% |
| 100+ personen | 0 | 0% | 0 | 0% |
Bron CBS, StatLine 81589NED, SBI 2008. Een Nederlands bedrijf kan meerdere vestigingen omvatten. Percentages en grenzen zijn benaderingen op afgeronde aantallen. Januari 2024 is definitief, 2025 nader voorlopig en 2026 voorlopig. De vergelijkingsbranches zijn niet opgeteld.
Kies een vergelijkbare eenheid voor twee verschillende aantallen
In markthandel in voedingsmiddelen werkte bij 2.165 bedrijven één persoon. Bij markthandel in overige non-food zijn dat er 2.785. Omgerekend per honderd bedrijven verandert de vergelijking in 57,3 tegenover 81,9. Kijk vervolgens naar drie of vier werkzame personen. In de eerste branche ligt hun aandeel rond 12,7% en in de tweede rond 3,7%. De relatieve verdeling maakt een kleinere bedrijfstak vergelijkbaar, zonder hem in aantallen groter te laten lijken dan hij is. Gebruik in je aantekeningen zowel de aantallen als de percentages.
Heeft de keuze voor een peildatum veel invloed?
Een jaar eerder telde markthandel in voedingsmiddelen 3.655 bedrijven en markthandel in overige non-food 3.695. De verandering in het totale aantal is respectievelijk +3,4% en -8%. Voor de categorie met vijf tot en met negen personen veranderden de groepen van 245 naar 235 en van 30 naar 20. Staar je daarom niet blind op het totaalcijfer als je juist een ploeg van die omvang zou willen aansturen. Vraag bij beide richtingen een concrete beschrijving van een drukke dag én van de nazorg voor een betaalde bestelling.
Welke vergelijkingsbranche ligt het dichtst bij markthandel in voedingsmiddelen?
De vergelijking draait om de maatstaf ‘aandeel bedrijven met vijf tot en met negen werkzame personen’. Hiervoor staan 6 activiteiten uit hoofdtak 47 naast elkaar. Het laagste resultaat komt voor rekening van markthandel in overige non-food (0,6%), het hoogste voor winkels in vrijetijdsartikelen (12,6%). Bij 4 van de onderzochte activiteiten ligt de waarde lager dan 6,2% en bij 1 hoger. Met 1,2% komt webwinkels in elektronica het meest in de buurt van markthandel in voedingsmiddelen. Kies je uitsluitend op het totale bedrijfsaantal, dan kom je uit bij winkels tweedehands (geen kleding) met 3.600 bedrijven. Selecteer je op de gemeten verdeling, dan is webwinkels in elektronica met 1,2% de nadere vergelijking.
Wat veranderde er tussen januari 2022 en januari 2024?
Binnen de geselecteerde januarimetingen lag de sterkste verschuiving per jaar voor SBI 4781 tussen januari 2022 en januari 2024. De uitkomst ging van 5,4% naar 6,3%. Over 2 jaar is het verschil +0,9 procentpunt, of gemiddeld +0,4 procentpunt per jaar. Bij markthandel in overige non-food ging dezelfde maatstaf over die twee peildata van 1% naar 0,9%. De subgroep en het totaal bewogen tussen oktober 2025 en oktober 2026 in tegengestelde richting. In de subgroep gaat het om -10 en in de complete CBS-categorie om +125 bedrijven.
Kijk bij markthandel in voedingsmiddelen naar een klant die tijdens het afleveren terugbelt en zet in je tweede gesprek juist een artikel dat retour komt centraal. In het eerste geval kan je eigen rol vooral uit inkopen, adviseren en overdragen bestaan. In het tweede breng je inkopen, adviseren en overdragen in kaart. Vraag bij webwinkels in elektronica naar een voorbeeld met vergelijkbare taakverdeling voordat je concludeert dat de twee ondernemersrichtingen eenzelfde werkweek vragen.
Vragen voor het vervolg
- Welke onderdelen van een verkoopdag neem je persoonlijk voor je rekening?
- Welk cijfer voor SBI 4781 zou je zelf opnieuw willen berekenen?
- Welke waarneming bij markthandel in overige non-food is relevant voor jouw eigen plan?
Bronnen
Welke keuze verdient nader onderzoek?
Leg je vraag over markthandel in voedingsmiddelen voor. Vermeld welke grootteklasse en welke werkdag je in gedachten hebt.
