| Werkzame personen | Overige sport (aantal) | Overige sport (%) | Binnensport (aantal) | Binnensport (%) |
|---|---|---|---|---|
| 1 persoon | 3.070 | 84,8% | 2.700 | 80,1% |
| 2 personen | 235 | 6,5% | 365 | 10,8% |
| 3–4 personen | 100 | 2,8% | 190 | 5,6% |
| 5–9 personen | 85 | 2,3% | 85 | 2,5% |
| 10–19 personen | 55 | 1,5% | 20 | 0,6% |
| 20–49 personen | 40 | 1,1% | 5 | 0,1% |
| 50–99 personen | 25 | 0,7% | 0 | 0% |
| 100+ personen | 15 | 0,4% | 0 | 0% |
Bron CBS, StatLine 81589NED, SBI 2008. Een Nederlands bedrijf kan meerdere vestigingen omvatten. Percentages en grenzen zijn benaderingen op afgeronde aantallen. Januari 2024 is definitief, 2025 nader voorlopig en 2026 voorlopig. De vergelijkingsbranches zijn niet opgeteld.
Kies een vergelijkbare eenheid voor twee verschillende aantallen
In overige sport werkte bij 3.070 bedrijven één persoon. Bij binnensport zijn dat er 2.700. Omgerekend per honderd bedrijven verandert de vergelijking in 84,8 tegenover 80,1. Kijk vervolgens naar drie of vier werkzame personen. In de eerste branche ligt hun aandeel rond 2,8% en in de tweede rond 5,6%. De relatieve verdeling maakt een kleinere bedrijfstak vergelijkbaar, zonder hem in aantallen groter te laten lijken dan hij is. Gebruik in je aantekeningen zowel de aantallen als de percentages.
Heeft de keuze voor een peildatum veel invloed?
Een jaar eerder telde overige sport 3.425 bedrijven en binnensport 3.435. De verandering in het totale aantal is respectievelijk +5,7% en -1,9%. Voor de categorie met vijf tot en met negen personen veranderden de groepen van 85 naar 85 en van 80 naar 85. Staar je daarom niet blind op het totaalcijfer als je juist een ploeg van die omvang zou willen aansturen. Vraag bij beide richtingen een concrete beschrijving van een drukke dag én van de nazorg voor een afgerond bezoek.
Welke vergelijkingsbranche ligt het dichtst bij overige sport?
De vergelijking draait om de maatstaf ‘aandeel bedrijven met vijf tot en met negen werkzame personen’. Hiervoor staan 5 activiteiten uit hoofdtak 93 naast elkaar. Het laagste resultaat komt voor rekening van overige sport (2,3%), het hoogste voor fitnesscentra (16,4%). Van de 4 vergelijkingsbranches komt geen onder 2,3%. Zelfs binnensport ligt met 2,5% op of boven het meetpunt voor overige sport. Ook qua omvang ligt binnensport het dichtst bij overige sport, met 3.370 tegenover 3.620 bedrijven. Daarmee vallen twee selectiecriteria hier samen.
Wat veranderde er tussen januari 2025 en januari 2026?
Binnen de geselecteerde januarimetingen lag de sterkste verschuiving per jaar voor SBI 9319 tussen januari 2025 en januari 2026. De uitkomst ging van 2,5% naar 2,2%. Over één jaar is het verschil -0,3 procentpunt, of gemiddeld -0,3 procentpunt per jaar. Bij binnensport ging dezelfde maatstaf over die twee peildata van 2,2% naar 2,6%. De telling van bedrijven met vijf tot en met negen mensen bleef tussen oktober 2025 en oktober 2026 afgerond op 85. Tegelijk ging het totaal van 3.425 naar 3.620. Een wijzigend aandeel kan dus ook uit de omvang van de overige groepen komen.
Kijk bij overige sport naar een activiteit waarvoor plotseling minder ruimte beschikbaar is en zet in je tweede gesprek juist een gewijzigd programma centraal. In het eerste geval kan je eigen rol vooral uit plannen, begeleiden en afsluiten bestaan. In het tweede breng je plannen, begeleiden en afsluiten in kaart. Vraag bij binnensport naar een voorbeeld met vergelijkbare taakverdeling voordat je concludeert dat de twee ondernemersrichtingen eenzelfde werkweek vragen.
Vragen voor het vervolg
- Welke onderdelen van een activiteit neem je persoonlijk voor je rekening?
- Welk cijfer voor SBI 9319 zou je zelf opnieuw willen berekenen?
- Welke waarneming bij binnensport is relevant voor jouw eigen plan?
Bronnen
Welke keuze verdient nader onderzoek?
Leg je vraag over overige sport voor. Vermeld welke grootteklasse en welke werkdag je in gedachten hebt.
