| Werkzame personen | Zwem- en onderwatersport (aantal) | Zwem- en onderwatersport (%) | Individuele zaalsport (aantal) | Individuele zaalsport (%) |
|---|---|---|---|---|
| 1 persoon | 85 | 81% | 130 | 81,3% |
| 2 personen | 5 | 4,8% | 15 | 9,4% |
| 3–4 personen | 10 | 9,5% | 10 | 6,3% |
| 5–9 personen | 5 | 4,8% | 5 | 3,1% |
| 10–19 personen | 0 | 0% | 0 | 0% |
| 20–49 personen | 0 | 0% | 0 | 0% |
| 50–99 personen | 0 | 0% | 0 | 0% |
| 100+ personen | 0 | 0% | 0 | 0% |
Bron CBS, StatLine 81589NED, SBI 2008. Een Nederlands bedrijf kan meerdere vestigingen omvatten. Percentages en grenzen zijn benaderingen op afgeronde aantallen. Januari 2024 is definitief, 2025 nader voorlopig en 2026 voorlopig. De vergelijkingsbranches zijn niet opgeteld.
Kies een vergelijkbare eenheid voor twee verschillende aantallen
In zwem- en onderwatersport werkte bij 85 bedrijven één persoon. Bij individuele zaalsport zijn dat er 130. Omgerekend per honderd bedrijven verandert de vergelijking in 81 tegenover 81,3. Kijk vervolgens naar drie of vier werkzame personen. In de eerste branche ligt hun aandeel rond 9,5% en in de tweede rond 6,3%. De relatieve verdeling maakt een kleinere bedrijfstak vergelijkbaar, zonder hem in aantallen groter te laten lijken dan hij is. Gebruik in je aantekeningen zowel de aantallen als de percentages.
Heeft de keuze voor een peildatum veel invloed?
Een jaar eerder telde zwem- en onderwatersport 110 bedrijven en individuele zaalsport 155. De verandering in het totale aantal is respectievelijk -4,5% en +3,2%. Voor de categorie met vijf tot en met negen personen veranderden de groepen van 0 naar 5 en van 5 naar 5. Staar je daarom niet blind op het totaalcijfer als je juist een ploeg van die omvang zou willen aansturen. Vraag bij beide richtingen een concrete beschrijving van een drukke dag én van de nazorg voor een afgerond bezoek.
Welke vergelijkingsbranche ligt het dichtst bij zwem- en onderwatersport?
De vergelijking draait om de maatstaf ‘aandeel bedrijven met vijf tot en met negen werkzame personen’. Hiervoor staan 6 activiteiten uit hoofdtak 93 naast elkaar. Het laagste resultaat komt voor rekening van kracht- en vechtsport (0%), het hoogste voor zwembaden (16,3%). Bij 3 van de onderzochte activiteiten ligt de waarde lager dan 4,8% en bij 2 hoger. Met 4,2% komt sportvelden het meest in de buurt van zwem- en onderwatersport. Ook qua omvang ligt sportvelden het dichtst bij zwem- en onderwatersport, met 120 tegenover 105 bedrijven. Daarmee vallen twee selectiecriteria hier samen.
Wat veranderde er tussen januari 2025 en januari 2026?
Binnen de geselecteerde januarimetingen lag de sterkste verschuiving per jaar voor SBI 93151 tussen januari 2025 en januari 2026. De uitkomst ging van 0% naar 4,5%. Over één jaar is het verschil +4,5 procentpunt, of gemiddeld +4,5 procentpunt per jaar. Bij individuele zaalsport ging dezelfde maatstaf over die twee peildata van 3,2% naar 3,1%. De subgroep en het totaal bewogen tussen oktober 2025 en oktober 2026 in tegengestelde richting. In de subgroep gaat het om +5 en in de complete CBS-categorie om -5 bedrijven.
Kijk bij zwem- en onderwatersport naar een activiteit waarvoor plotseling minder ruimte beschikbaar is en zet in je tweede gesprek juist een gewijzigd programma centraal. In het eerste geval kan je eigen rol vooral uit plannen, begeleiden en afsluiten bestaan. In het tweede breng je plannen, begeleiden en afsluiten in kaart. Vraag bij sportvelden naar een voorbeeld met vergelijkbare taakverdeling voordat je concludeert dat de twee ondernemersrichtingen eenzelfde werkweek vragen.
Vragen voor het vervolg
- Welke onderdelen van een activiteit neem je persoonlijk voor je rekening?
- Welk cijfer voor SBI 93151 zou je zelf opnieuw willen berekenen?
- Welke waarneming bij individuele zaalsport is relevant voor jouw eigen plan?
Bronnen
Welke keuze verdient nader onderzoek?
Leg je vraag over zwem- en onderwatersport voor. Vermeld welke grootteklasse en welke werkdag je in gedachten hebt.
