BesteFranchise
Beslisboek 3 min lezen

Kunstzinnige vorming van amateurs en auto- en motorrijscholen in cijfers vergelijken

Wie twee mogelijke ondernemersrichtingen naast elkaar legt, krijgt snel twee onvergelijkbare voorbeelden. Hier staan kunstzinnige vorming van amateurs en auto- en motorrijscholen naast elkaar op dezelfde Nederlandse peildatum. De eerste branche telde op 1 oktober 2026 ongeveer 13.875 bedrijven, de tweede 9.500. Ze delen een hoofdtak, maar hebben verschillende SBI-codes. Vergelijk eerst de verdeling van het werk en leg pas daarna je eigen voorkeur voor een les of training ernaast. Je kunt dan gerichter aangeven welke werkdag, bezetting en aanspreekbaarheid je zoekt.

Het ritme van ramen op de hoek van een Rotterdams gebouw.
Beslisboek CHRSNDRSN · Unsplash
Twee verwante bedrijfsmodellen · SBI 85522 en 8553
Werkzame personenKunstzinnige vorming van amateurs (aantal)Kunstzinnige vorming van amateurs (%)Auto- en motorrijscholen (aantal)Auto- en motorrijscholen (%)
1 persoon13.31095,9%8.36588,1%
2 personen4002,9%7457,8%
3–4 personen650,5%1902%
5–9 personen500,4%1001,1%
10–19 personen250,2%550,6%
20–49 personen200,1%350,4%
50–99 personen50%50,1%
100+ personen00%00%

Bron CBS, StatLine 81589NED, SBI 2008. Een Nederlands bedrijf kan meerdere vestigingen omvatten. Percentages en grenzen zijn benaderingen op afgeronde aantallen. Januari 2024 is definitief, 2025 nader voorlopig en 2026 voorlopig. De vergelijkingsbranches zijn niet opgeteld.

01

Kies een vergelijkbare eenheid voor twee verschillende aantallen

In kunstzinnige vorming van amateurs werkte bij 13.310 bedrijven één persoon. Bij auto- en motorrijscholen zijn dat er 8.365. Omgerekend per honderd bedrijven verandert de vergelijking in 95,9 tegenover 88,1. Kijk vervolgens naar drie of vier werkzame personen. In de eerste branche ligt hun aandeel rond 0,5% en in de tweede rond 2%. De relatieve verdeling maakt een kleinere bedrijfstak vergelijkbaar, zonder hem in aantallen groter te laten lijken dan hij is. Gebruik in je aantekeningen zowel de aantallen als de percentages.

02

Heeft de keuze voor een peildatum veel invloed?

Een jaar eerder telde kunstzinnige vorming van amateurs 13.265 bedrijven en auto- en motorrijscholen 9.380. De verandering in het totale aantal is respectievelijk +4,6% en +1,3%. Voor de categorie met vijf tot en met negen personen veranderden de groepen van 40 naar 50 en van 115 naar 100. Staar je daarom niet blind op het totaalcijfer als je juist een ploeg van die omvang zou willen aansturen. Vraag bij beide richtingen een concrete beschrijving van een drukke dag én van de nazorg voor een afgeronde les.

03

Welke vergelijkingsbranche ligt het dichtst bij kunstzinnige vorming van amateurs?

De vergelijking draait om de maatstaf ‘aandeel bedrijven met vijf tot en met negen werkzame personen’. Hiervoor staan 6 activiteiten uit hoofdtak 85 naast elkaar. Het laagste resultaat komt voor rekening van studiebegeleiding, onderwijs (rest (0,3%), het hoogste voor auto- en motorrijscholen (1,1%). Bij 1 van de onderzochte activiteiten ligt de waarde lager dan 0,4% en bij 4 hoger. Met 0,4% komt dansscholen het meest in de buurt van kunstzinnige vorming van amateurs. Kies je uitsluitend op het totale bedrijfsaantal, dan kom je uit bij auto- en motorrijscholen met 9.500 bedrijven. Selecteer je op de gemeten verdeling, dan is dansscholen met 0,4% de nadere vergelijking.

04

Wat veranderde er tussen januari 2025 en januari 2026?

Binnen de geselecteerde januarimetingen lag de sterkste verschuiving per jaar voor SBI 85522 tussen januari 2025 en januari 2026. De uitkomst ging van 0,3% naar 0,3%. Over één jaar is het verschil +0,1 procentpunt, of gemiddeld +0,1 procentpunt per jaar. Bij auto- en motorrijscholen ging dezelfde maatstaf over die twee peildata van 1,4% naar 1,3%. De verandering van het totaal tussen oktober 2025 en oktober 2026 bedroeg +610 bedrijven. De telling van bedrijven met vijf tot en met negen mensen verschoof tegelijkertijd met +10. Daardoor veranderde de gekozen maatstaf van 0,3% naar 0,4%.

Kijk bij kunstzinnige vorming van amateurs naar een les die een vervangende begeleider nodig heeft en zet in je tweede gesprek juist een deelnemer die later instroomt centraal. In het eerste geval kan je eigen rol vooral uit voorbereiden, begeleiden en evalueren bestaan. In het tweede breng je voorbereiden, begeleiden en evalueren in kaart. Vraag bij dansscholen naar een voorbeeld met vergelijkbare taakverdeling voordat je concludeert dat de twee ondernemersrichtingen eenzelfde werkweek vragen.

Vragen voor het vervolg

  • Welke onderdelen van een les of training neem je persoonlijk voor je rekening?
  • Welk cijfer voor SBI 85522 zou je zelf opnieuw willen berekenen?
  • Welke waarneming bij auto- en motorrijscholen is relevant voor jouw eigen plan?

Bronnen

BesteFranchise

Welke keuze verdient nader onderzoek?

Leg je vraag over kunstzinnige vorming van amateurs voor. Vermeld welke grootteklasse en welke werkdag je in gedachten hebt.